Cursusaanbod
Cursussen voor ieder niveau
NCTaal is gespecialiseerd in taalcursussen Nederlands voor Chineestaligen. Onze docenten spreken vloeiend Chinees, waardoor zij alles in de moedertaal van de student kunnen uitleggen. Er zitten maximaal 8 cursisten in een klas, zodat de cursisten snel en goed Nederlands kunnen leren.
Taalniveaus
NCTaal verzorgt taalcursussen Nederlands op verschillende niveaus. Voor de cursussen A0-A2 gebruiken we ‘Nederlands in gang’, voor de cursus A2-B1 ‘Nederlands in actie’, voor de cursus B1-B2 ‘Nederlands op niveau’ en voor de cursus B2-C1 ‘Nederlands naar perfectie’. De docent legt de grammatica in het Chinees uit, en besteedt veel aandacht aan uitspraak en intonatie.
De docenten
De hoofddocent van NCTaal is Igor Nuijten. Hij heeft 36 jaar ervaring als tolk en heeft getolkt voor multinationals, MKB bedrijven en ministeries. Hoogtepunt in zijn carrière als tolk was het tolken voor de Chinese president Xi Jinping tijdens diens bezoek aan Nederland in 2014.
| Startdata | Lesvorm | Lestijden | Cursusduur | Kosten | Code | Alle lesdata | Aanmelden |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 24/02/2026 | Online | 19:00 -21:00 | 18 weken | € 1130 | W01 | Rooster | Inschrijven |
| 30/04/2026 | Online | 19:00 -21:00 | 18 weken | € 1130 | W01 | Rooster | Inschrijven |
Inhoud les 1-18:
Les 1: Welkom. Begroeten en afscheid nemen. Zinsvolgorde, persoonlijk voornaamwoorden, werkwoorden.
Les 2: In de kantine. Familierelaties, tijd. Vraagzinnen.
Les 3: In het café. Bestellen en afrekenen, bedanken. Lidwoord, verkleinwoord, inversie.
Les 4: Op straat. Een voorstel doen, een afspraak maken, reageren.
Les 5: Op de markt. Betalen, groente en fruit. Meervoud, bijvoeglijk naamwoord, bevelende wijs.
Les 6: In een restaurant. Beoordelen. Modale werkwoorden.
Les 7: In een kledingzaak. Kleding kopen, kleuren. Vergrotende en overtreffende trap, aanwijzend voornaamwoord.
Les 8: Bij een makelaar. Woonruimte zoeken. Ontkennen, voorzetsels.
Les 9: Bij de huisarts. Reacties geven, dagdelen. Voltooid tegenwoordige tijd.
Les 10: Bij een fietsenmaker. Gebeurtenis beschrijven. Verleden tijd.
Les 11: Op een verjaardag. Vertellen over werk, studie en hobby’s. Wederkerende werkwoorden.
Les 12: Naar de Evenementenhal. De weg vragen en wijzen, een route beschrijven. Scheidbare werkwoorden.
Les 13: Bij vrienden. Mening vragen en geven.
Les 14: Met de trein. Informatie vragen. Toekomende tijd.
Les 15: In de trein. Beschrijven wat je ziet. Zelfstandig gebruik aanwijzend voornaamwoord.
Les 16: Naar de bioscoop. Een kaartje kopen. Voegwoorden (hoofdzin+hoofdzin).
Les 17: Met de helpdesk. Probleem beschrijven, telefoneren. “Er”, “aan het… zijn”.
Les 18: Bij de politie. Aangifte doen, advies vragen en geven. Voegwoorden (hoofdzin+bijzin).
| Startdata | Lesvorm | Lestijden | Cursusduur | Kosten | Code | Alle lesdata | Aanmelden |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 24/04/2026 | online | 20:00-22:00 | 18 weken | € 1370 | W03 | Rooster | Inschrijven |
Inhoud les 1-11
Les 1: Identiteit. Interviewen. Hoofdzin en bijzin.
Les 2: Voeding en gezondheid. Kort presenteren. Bijzin met “om…te…”, beleefde vraag met “zouden”.
Les 3: In Nederland. Presenteren. Indirecte rede, scheidbare werkwoorden.
Les 4: Reizen. Een voorstel doen. Werkwoordstijden, wens met “zouden”.
Les 5: Werk en beroepen. Reageren op een voorstel. Betrekkelijk voornaamwoord.
Les 6: Onderwijs en wetenschap. Mening geven. Betrekkelijk voornaamwoord.
Les 7: Nederlands leren. Vertellen, geruststellen. Hulpwerkwoorden met en zonder “te”.
Les 8: Duurzaamheid. Discussiëren. “Er”: aanvulling onbepaald onderwerp, vervanging plaats, vervanging van zelfstandig naamwoord na voorzetsel.
Les 9: Relaties. Advies geven. “Er”: vervanging van zelfstandig naamwoord na telwoord, irrealis met “zouden”.
Les 10: Geld. Antwoorden ontwijken. Passieve zinnen.
Les 11: Kunst. Beschrijven.
| Startdata | Lesvorm | Lestijden | Cursusduur | Kosten | Code | Alle lesdata | Aanmelden |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 22/04/2026 | online | 19:00-21:00 | 18 weken | 1130 | W03 | Rooster | Inschrijven |
Inhoud les 1-6
Les 1: Positief. Vertellen. Voegwoorden en bijwoorden.
Les 2: Sociaal. Reageren. Passieve zinnen, “het” en “er”.
Les 3: Progressief. Beschrijven, een oordeel geven. Het gebruik van “er”.
Les 4: (Inter)nationaal. Figuren beschrijven. Werkwoordstijden, wens met “zouden”.
Les 5: Creatief. Presenteren. Betrekkelijk voornaamwoord.
Les 6: Duurzaam. Onderhandelen. Voornaamwoordelijk bijwoord, wederkerende (scheidbare) werkwoorden met voorzetsel.